Jerez de la Frontera: de oorsprong van de Jerez-wijn
Jerez-wijn kan alleen worden gemaakt in het gebied rondom Jerez de la Frontera, in de Denominaciones de Origen Jerez-Xérès-Jerez y Manzanilla de Sanlúcar de Barrameda, zoals het wijngebied officieel heet. Het gebied wordt gekenmerkt door een aantal factoren: het microklimaat, de bijzondere bodem en de inheemse druivensoort Palomino. De lange, lokale tradities op het gebied van wijnbouw en de rijping van de wijnen zorgen samen voor het unieke karakter van de wijnen van Jerez.Het microklimaat in dit gebied zorgt voornamelijk in de late herfst en de lente voor regen. Tijdens de lange, droge zomers weten de relatief koele en vochtige aanlandige winden de hitte enigszins in toom te houden.
De palomino druif is de meest voorkomende druivensoort. Ruim 90% van de wijngaarden in het productiegebied is beplant met deze witte Jerez-druif. De twee andere officieel toegestane druivensoorten zijn de witte Pedro Ximénez en de eveneens witte Moscatel. Beide soorten zijn bestemd voor de zoete Vinos de Jerez-varianten.
De beste wijngaarden zijn gelegen op bijzondere bodems: de Albarizas. De witte kalkhoudende gronden lenen zich uitstekend voor de wijnbouw. Deze bodem werkt als een spons. Ze nemen het water op tijdens de regenperiode en weten het zo lang vast te houden, dat de wortels tijdens de droge zomers toch over voldoende vocht kunnen beschikken.
Kortom, een samenspel van factoren zorgt voor het unieke karakter van Jerez. échte Vinos de Jerez komen dan ook alleen uit de Jerez streek in Spanje.

